Internationale relaties



Inleiding
De internationale activiteiten van de Algemene Directie Civiele Veiligheid (ADCV) kunnen onderverdeeld worden in twee categorieën:
De relaties met de Europese Unie (EU) zijn de meest intense, gezien de aanzienlijke evolutie op het gebied van reglementering en activiteiten inzake civiele bescherming op communautair niveau, voornamelijk in het kader van het 'Communautair Mechanisme voor Civiele Bescherming'.
In 2007 ontstonden synergieën tussen de EU en de VN op het vlak van internationale hulpverlening. Die synergieën zijn veelbelovend voor een versterking van de relaties tussen deze twee instellingen in dit domein.
Top
B-FAST

Website
Voor algemene informatie over de structuur B-FAST kunt u de website raadplegen:
www.diplomatie.be/Bfast
De FOD Binnenlandse Zaken is een van de partners van B-FAST, naast de FOD Buitenlandse Zaken, het Leger en andere Belgische overheden.
DICa-DIR
Zijn essentiële bijdrage binnen de structuur is het Detachement voor Interventie bij Rampen in het buitenland (DICa-DIR).
Dat werd opgericht om een detachement voor snelle interventie ter beschikking te kunnen stellen van B-FAST, dat duidelijk geïdentificeerd is en aan België de mogelijkheid geeft gestructureerde en multidisciplinaire hulp aan te bieden in het buitenland bij operaties naar aanleiding van rampen of catastrofes.
De leden van het DICa-DIR behoren ofwel tot de operationele eenheden van de Civiele Bescherming, ofwel tot een openbare brandweerdienst; ze worden opgenomen in een reserve. Op verzoek van B-FAST kan het detachement geactiveerd en samengesteld worden vanuit deze reserve.
De samenstelling van het DICa-DIR hangt af van het soort interventie en dus van het soort catastrofe of ramp (overstromingen, vervuilingen, aardbevingen, vloedgolven, enz.).
Top
Operatie in 2009 :
Aardbeving met een kracht van 7,6 op de schaal van Richter op het Indonesische eiland Sumatra: B-FAST stuurt 2 waterzuiveringsstations en 3.400 jerrycans.
Op 30 september 2009 verwoeste een aardbeving met een kracht van 7,6 op de schaal van Richter het Indonesische eiland Sumatra. Op vraag van de lokale overheden besliste onze regering om B-FAST op interventie te sturen. Op 6 oktober werd een tweekoppig team, waaronder Rik Telamon, officier bij de Civiele Bescherming en lid van DICa-DIR , belast met het leveren en installeren van 2 waterzuiveringsstations, 3.400 jerrycans en medische hulpkits voor 10.000 personen gedurende 3 maanden naar de regio van Padang.

Er werden al vanuit België akkoorden gesloten met de Wereldgezondheidsorganisatie met het oog op de verdeling van de medische hulp. Wat de waterzuiveringsstations betreft, was er ter plaatse contact gepland met Oxfam. Toen het bericht binnenkwam van een nieuwe aardverschuiving in Agam, ten noorden van Padang, die het zuiveringsstation van de lokale watermaatschappij had vernield, waardoor heel veel mensen alsook een ziekenhuis zonder drinkwater zaten, was de keuze snel gemaakt. Vijf uur later was het B-FAST-team in Agam met het materieel!
De montage van de 2 waterzuiveringsstations werd onmiddellijk gestart, met de enthousiaste hulp van de bevolking en na twee dagen waren de stations operationeel.
Het eerste station, dat geïnstalleerd werd in de buurt van de moskee, was uitgerust met meerdere kranen zodat de inwoners zelf de jerrycans konden vullen. Er werd een vrachtwagen gebruikt om de waterbevoorrading van de naburige regio's te verzekeren.


Het tweede station werd geïnstalleerd in de nabijheid van het ziekenhuis van Agam. Het water dat niet onmiddellijk gebruikt werd, werd opgeslagen in reservoirs. Om ervoor te zorgen dat de installaties zonder probleem bleven werken na het vertrek van Rik en Jean-Pierre Arnould (Defensie), organiseerde het team een opleiding voor de bevolking en vertrouwde het de coördinatie toe aan Oxfam. Op 14 oktober zette het B-Fast-team voet aan de grond op het vliegveld van Melsbroek met het terechte gevoel dat hun opdracht geslaagd was.
Top
EU – Het 'Communautair Mechanisme voor Civiele Bescherming'
http://ec.europa.eu/echo/civil_protection/civil/prote/mechanism.htm
Europese strategie inzake civiele bescherming
De coördinatie van de middelen die gebruikt worden om de catastrofen te beheren is een essentieel onderdeel van de Europese strategie inzake civiele bescherming. Er werd dus een 'Communautair Mechanisme voor civiele Bescherming' (kortweg: het Mechanisme) opgericht om deze coördinatie te bevorderen tijdens de hulpverleningsinterventies met diensten van verschillende landen die tot het Mechanisme behoren, ongeacht of ze binnen of buiten de Europese grenzen plaatsvinden. Eind 2009 telde dit Communautair Mechanisme 31 landen (de 27 Lidstaten van de EU, IJsland, Kroatië, Noorwegen en Liechtenstein).
Raad van de Europese Unie (Raad Justitie en Binnenlandse Zaken)
België heeft zich steeds voorstander getoond van een betere samenwerking en een sterkere solidariteit op het vlak van Europese rampenbestrijding. België probeert deze beleidslijn te concretiseren binnen de Raad van de Europese Unie (kortweg: de Raad).
Onder de koepel van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zetelt de Algemene Directie Civiele Veiligheid als Belgisch vertegenwoordiger in de Raadswerkgroep ProCiv (Protection Civile). Deze werkgroep bespreekt maandelijks nieuwe initiatieven voor een verbeterde Europese samenwerking op het gebied van rampenbestrijding en rapporteert zijn bevindingen aan Coreper (het Comité van de Permanente Vertegenwoordigers van de Lidstaten bij de EU) en vervolgens aan de Raad. Deze initiatieven vertalen zich uiteindelijk naar het terrein en hebben een cruciale invloed op de (internationale) operaties van de Civiele Bescherming.
Het voorzitterschap van de Raad roteert elke zes maanden en kwam in 2009 toe aan Tsjechië en vervolgens aan Zweden. België zal zijn rol opnemen als voorzitter van de Raad van de Europese Unie tijdens de tweede helft van 2010: dit zet de Algemene Directie Civiele Veiligheid, als voorzitter van ProCiv, gedurende 6 maanden op de voorgrond van het politieke beleid inzake Civiele Bescherming in de EU.
Preventie als sleutelbegrip van 2009.
Onder Tsjechisch Voorzitterschap engageerden de bevoegde Ministers van de Lidstaten zich om meer te verwezenlijken op het gebied van publieke gewaarwording aangaande rampen en de nodige inspanningen te leveren om ook de diplomatieke gemeenschap nog meer bewust te maken van het belang van de Europese Civiele Bescherming. Daarnaast werd de Europese Commissie gevraagd om een aantal maatregelen verder te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld het blijven promoten van het noodnummer 112.
Het Zweedse Voorzitterschap nam tijdens de tweede helft van het jaar het voortouw in het vormgeven van een coherent, Europees ramenpreventiebeleid. In een eerste fase dient de Europese Commissie te onderzoeken hoe gegevens omtrent rampen beter vergelijkbaar kunnen worden gemaakt tussen de verschillende Lidstaten. Ze moet voor de Lidstaten ook richtlijnen uitwerken omtrent risicokartering en – analyse, een overzicht maken van de belangrijkste risico's waarmee de EU te kampen zal hebben in de toekomst (denk bijvoorbeeld aan de klimaatsopwarming), en nog veel meer. Het einddoel is een echt Europees preventiebeleid, dat gebaseerd is op een grondige kennis en analyse van de risico's. Ook de Lidstaten zullen in de komende jaren de diverse inspanningen moeten leveren om deze oefening mogelijk te maken.
Europese Commissie:MIC (Monitoring and Information Center)

Om de interventie op het vlak van civiele bescherming van het Communautair Mechanisme te vergemakkelijken en te ondersteunen, heeft de EU zich voorzien van een instrument: het MIC (Monitoring and Information Center), dat de gegevens van alle landen die meedoen aan het Communautair Mechanisme met betrekking tot hun interventiecapaciteit centraliseert en de acties op het terrein coördineert.
Het MIC laat de Staten die deelnemen aan een hulpverleningsopdracht toe om onmiddellijk toegang te krijgen tot de essentiële informatie betreffende de noodsituatie, de gevraagde hulp, de voorgestelde hulp en de verdere evolutie van de situatie.
Wanneer het Communautair Mechanisme geactiveerd is, op vraag van een land, binnen of buiten de EU, dat nood heeft aan hulp bij een natuur-, milieu-, of technologische ramp, een terroristische aanslag, enz., fungeert het MIC als crisiscentrum dat belast is met de coördinatie van de globale hulp en de verspreiding van de nodige informatie naar de Lidstaten en dat dienst doet als uniek aanspreekpunt voor alle betrokken partijen.
Top
Samenwerking met de Verenigde Naties
http://ochaonline.un.org/
Het UN-OCHA (Bureau Humanitaire Zaken van de Verenigde Naties) beschikt ook over een systeem om noodhulp te verlenen aan landen in moeilijkheden en om evaluatie- en coördinatieteams ter plaatse te sturen (UNDAC: United Nations Disaster Assessment and Coordination).
Naar aanleiding van de strategische akkoorden tussen de EU en UN-OCHA, werd de samenwerking geïntensifieerd op het terrein. In 2007 werden voor het eerst gezamenlijke evaluatie- en coördinatieteams van de EU en de VN ingezet.

Met het oog op een INSARAG-classificatie (een soort kwaliteitslabel van de VN voor de USAR-teams) van de Belgische USAR-module (Urban Search And Rescue) in 2010, werd de frequentie van de deelname aan conferenties en oefeningen van de VN, namelijk het sturen van waarnemers, in 2009 aanzienlijk opgevoerd.
