Operationele opleidingen

Opleidingen 'Vuur- en hittegewenning' en 'Flash-over'
Opleiding van de stagedoende onderluitenants (officiers door rekrutering)
Ondergrondse leidingen
Brandpreventie in industriële gebouwen (Bijlage 6)
- CAMHIE
- Beveiliging van de interventieplaats en verkeersgeleiding
7de jaar secundair onderwijs « Preventie- en veiligheidsberoepen »
Evaluatie van de Seveso-veiligheidsrapporten
Actualisering van de opleiding
- Opleiding 'Rijbewijs CE'
- Opleiding 'Graafmachines'
- Opleiding 'meetploegen'
- Opleiding duiker voor de openbare hulpdiensten – werkgroep
- Bijscholingsstages USAR
- Kynologenhulpverleningsteams
- Betaling van subsidies aan de provinciale opleidingscentra
- Opleidingsprogramma van de provinciale opleidingscentra voor de openbare hulpdiensten

Naast zijn rol als expertisepool inzake de manier om de interventies van de openbare hulpdiensten tot een goed einde te brengen, is het KCCE (link naar het deel KCCE van het verslag) ook een hoofdrolspeler op het vlak van de uitwerking en de organisatie van opleidingen die voorbereiden op het beheersen van de meest diverse operaties op het terrein.
Opleiding van het personeel van de brandweerdiensten
Opleidingen 'Vuur- en hittegewenning' en 'Flash-over'
Sinds 2007 investeert de Civiele Veiligheid consequent in de opleidingen 'vuur- en hittegewenning' en 'flash-over' voor de brandweerlieden:

Waarom deze opleidingen?
Wanneer een brandweerman een gebouw betreedt, dan kan hij geconfronteerd worden met onverwachte gevaren, zoals een flash-over (in het Frans 'embrasement généralisé éclair' (EGE); in Québec wordt ook de term 'saut de feu' gebruikt)! Flash-over is een thermisch fenomeen: een fase van de ontwikkeling van een brand in een halfopen lokaal. Een dergelijk lokaal laat immers, enerzijds een voor de brand gunstige toevoer van zuurstof, en, anderzijds, een opeenstapeling van warmte toe. De warmte ontbindt de materialen (hout, plastic, stoffen, ...) en veroorzaakt ontvlambare gassen, wat pyrolyse genoemd wordt. Ofwel branden de gassen onmiddellijk en voeden ze de brand (klassieke brand), ofwel stapelen ze zich op in de kamer. Als er regelmatig lucht binnenkomt in de kamer, dan kan zich, vanaf een bepaalde verhouding gas/lucht (brandstof/oxidatiemiddel), een ontbranding van alle gassen voordoen. De brand, die slechts een deel van de kamer bezet, neemt dan plotseling letterlijk de hele ruimte in, wat flash-over genoemd wordt.
Om deze gevaren te kunnen inschatten, moet je het vuur- en brandstadium kunnen herkennen of nog beter gezegd, je moet de brand kunnen "lezen". Verschillende signalen laten dit toe: de rook, de rookkleur, de rooksnelheid, de temperatuur, stuk gesprongen ramen, roetafzetting boven de ramen, gesmolten dakgoten, afgebrande verf, enz.
Door deze opleidingen te organiseren, wil de ADCV de gemeenten en de brandweerkorpsen wakker schudden en hen erop wijzen dat dit type grondige praktische opleiding echt wel een investering waard is. De Civiele Veiligheid lijkt in haar opzet geslaagd te zijn: de centra die de opleiding 'vuur- en hittegewenning' en de opleiding 'flash-over' organiseren, krijgen sinds de door de Civiele Veiligheid opgestarte opleidingen vanuit de korpsen meer rechtstreekse inschrijvingen, die betaald worden door de gemeenten.
Top
Opleiding van de stagedoende onderluitenants (officieren door rekrutering)
Nadat ze slaagden voor het brevet van brandweerman en korporaal in 2008, hebben de Nederlandstalige en Franstalige kandidaat-officieren in 2009 de opleiding gevolgd tot het behalen van de brevetten sergeant, adjudant en officier.
De opleiding tot het behalen van het brevet sergeant werd georganiseerd in samenwerking met de provinciale opleidingscentra van Antwerpen en Henegouwen.

De opleidingen tot het behalen van het brevet van adjudant en van het brevet van officier werden georganiseerd in verschillende brandweerdiensten en in het Federaal Opleidingscentrum voor de hulpdiensten in Florival.
Het brevet van officier werd uitgereikt aan 10 Franstalige kandidaat-officieren en aan 11 Nederlandstalige kandidaat-officieren tijdens de plechtige proclamatie op 30 juni 2009.

Top
Ondergrondse leidingen
De ramp van Gellingen in 2004 was de aanleiding voor een reeks acties waarvan de belangrijkste de Hervorming van de Civiele Veiligheid is. Op een bescheidener niveau heeft de ADCV aan een groep experts gevraagd om actiefiches op te stellen voor de brandweerdiensten, die gebruikt kunnen worden in het kader van interventies ten gevolge van een incident met ondergrondse hogedrukleidingen. Het bijzondere van deze werkgroep was dat hij naast brandweerlieden bestond uit vertegenwoordigers van de industriële wereld (Fluxys en Fetrapi) en een onafhankelijke wetenschappelijke expert (Sertius).
Halverwege 2006 werd een duidelijke en compacte fiche opgesteld

Begin 2007 werd het gedetailleerde handboek « Strijden tegen incidenten met pijpleidingen » afgerond door de werkgroep. Het handboek biedt uiteraard een gedetailleerde uitleg over het gebruik van de actiekaart, maar dient ook, algemeen, als praktisch naslagwerk over alle aspecten die verbonden zijn aan de ondergrondse leidingen die de interventiediensten van de civiele veiligheid kunnen interesseren. Rekening houdend met het belang van deze actiekaart, alsook van het handboek, wilde de ADCV een ruime verspreiding verzekeren van deze instrumenten binnen de brandweerdiensten.
In het kader van de opleidingen inzake de bestrijding van incidenten met ondergrondse leidingen werden er 750 Franstalige cursussen en 1500 Nederlandstalige cursussen verspreid in 2009. Naast deze nieuwe cursussen werden nog 1000 Franstalige en 2000 Nederlandstalige bijgewerkte versies van de syllabus verspreid door de provinciale opleidingscentra voor de brandweerdiensten.
In het kader van de werkgroep werd de opstelling van bijkomende delen inzake de interventies met aardgasleidingen bij middelmatige en hoge druk afgerond. De werkgroep werkte eveneens meerdere bijlagen uit betreffende het ontstaan van een breuk en de interventiekledij.
Brandpreventie in industriële gebouwen (Bijlage 6)
Op 15 juli 2009 werd een nieuwe reglementering inzake brandpreventie in de gebouwen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad : het koninklijk besluit van 1 maart 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, die het besluit van 1994 aanvult door een bijlage 6 (
602Ko)
Deze bijlage bepaalt de voorwaarden waaraan het ontwerp, de constructie en de inrichting van de industriële gebouwen moeten voldoen teneinde:
het ontstaan, het ontwikkelen en het uitslaan van een brand te voorkomen;
de veiligheid van de personen te verzekeren;
de interventie van de brandweerdienst preventief te vergemakkelijken.
Naar aanleiding van een nieuwe reglementering inzake brandpreventie in industriële gebouwen, organiseerde het Federaal Kenniscentrum voor de Civiele Veiligheid eind 2009 een opleiding voor 17 Nederlandstalige en 14 Franstalige trainers, die werden afgevaardigd door de provinciale opleidingscentra. Deze opleiding vond plaats in samenwerking met de Algemene Directie Veiligheid en Preventie, Agoria (federatie van de technologische industrie) en de opleidingscentra van Vlaams-Brabant en Brussel.
Na hun opleiding kunnen deze trainers op hun beurt de opleiding geven aan de brandpreventionisten van hun provincie. Deze opleiding wordt georganiseerd in twee niveaus en zal doorgaan in de eerste helft van 2010. Een budget van 90.620 € werd hiervoor vrijgemaakt.
Via een rondvraag bij de openbare brandweerdiensten werd per provincie het aantal geïnteresseerde brandweerlieden bepaald:
| Niveau 1 | Niveau 2 |
Antwerpen | 107 | 119 |
Limburg | 38 | 34 |
Oost-Vlaanderen | 103 | 92 |
Vlaams-Brabant | 47 | 42 |
West-Vlaanderen | 133 | 123 |
Brussel | 50 | 40 |
Waals-Brabant | 18 | 16 |
Henegouwen | 78 | 65 |
Luil | 44 | 39 |
Luxemburg | 14 | 13 |
Namen | 24 | 21 |
Gezien de meeste brandpreventionisten in hun brandweerdienst de graad van officier bekleden, is het voor de brandweerdiensten belangrijk de duur van de afwezigheid van deze leden minimaal te houden, waardoor zij maximaal beschikbaar blijven voor interventies. Om deze reden wordt voorgesteld om de opleiding provinciaal te organiseren, waarbij ieder opleidingscentrum de opleidingen voor de brandweerdiensten van de eigen provincie verzorgt.
CAMHIE©
CAMHIE© (Computer Assisted Modelling of HAZMAT (HAZardous MATerials) Incident Emissions) is software die toelaat om een model op te stellen van de dispersie van gevaarlijke stoffen die bij een incident in de lucht vrijgekomen zijn en om deze grafisch weer te geven in de vorm van een pluim.
De werkgroep CAMHIE©, die belast is met de opleiding van de toekomstige instructeurs inzake het gebruik van de software, verwelkomde nieuwe Franstalige leden. Zij werden dan ook in de loop van 2009 gedurende enkele dagen opgeleid inzake het begrijpen en gebruiken van CAMHIE©. Ze kregen de kans om een simulatie bij te wonen waarbij gebruik werd gemaakt van de CAMHIE©-software. Tijdens deze simulatie konden ze, gedeeltelijk op een computer, hun capaciteit testen om deze informaticatoepassing doeltreffend te gebruiken en om de manier uit te leggen waarop ze er optimaal gebruik van kunnen maken.

Beveiliging van de interventieplaats en verkeersgeleiding
Bij een ongeval op de openbare weg gebeurt het vaak dat de brandweer als eerste ter plaatse is. Om hun eigen veiligheid en die van de eventuele slachtoffers te verzekeren, moeten de brandweerlieden dus zelf het verkeer regelen in afwachting van de komst van de politie.
Tot 2007 liet de Wegcode de brandweer niet toe om het verkeer te regelen. Deze lacune werd weggewerkt door de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (B.S. ~ 09/05/2007). Klik hier (
49Ko)
In antwoord op de talrijke vragen die rezen bij de toekenning van deze nieuwe bevoegdheid aan de leden van de brandweer, werd een ministeriële omzendbrief van 4 maart 2008 verspreid in alle betrokken diensten. (
144Ko)
Deze omzendbrief geeft aan dat de brandweerlieden, in afwezigheid van de politie op de plaats van een verkeersongeval, kunnen overgaan tot:
Het geven van bindende bevelen aan de weggebruikers, maar niet tot het opstellen van een proces-verbaal.
Het laten verplaatsen van stilstaande, geparkeerde of defecte voertuigen, maar niet van de voertuigen die betrokken zijn bij het ongeval.
Het afbakenen van de interventiezone en het omleiden van het verkeer indien nodig.
De omzendbrief preciseert nog dat er in de toekomst een adequate, door de federale politie georganiseerde opleiding wordt voorzien voor alle brandweerlieden.
Er werd een federale werkgroep opgericht om een opleidingstraject en een cursus op te stellen, die toelaten om de operationele personeelsleden van de openbare hulpdiensten op te leiden inzake de beveiliging van interventies op de openbare weg.
In 2010 zou een eerste opleiding plaats moeten vinden.

7de jaar secundair onderwijs « Preventie- en veiligheidsberoepen »
In maart 2009 heeft de federale minister van Binnenlandse Zaken een overeenkomst met de minister van Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en een overeenkomst met de minister van Onderwijs van de Franse Gemeenschap afgesloten.
Deze overeenkomsten voorzien dat de technische richting van het secundair onderwijs een 7de jaar organiseert dat gespecialiseerd is in de « Preventie- en veiligheidsberoepen » met een oriëntatie « brandweerman ». Deze oriëntatie vloeit voort uit een samenwerking tussen de provinciale opleidingscentra voor de openbare hulpdiensten (brandweerscholen) en de middelbare scholen.
Aangezien de Franstalige provinciale opleidingscentra uiteindelijk niet wilden deelnemen aan het project, boden enkel de Vlaamse middelbare scholen tijdens het schooljaar 2009-2010 deze oriëntatie aan.
Van bij de start van het schooljaar in september 2009 kunnen leerlingen in Vlaanderen de cursussen volgen van een 7de jaar technische om zich voor te bereiden op het beroep van brandweerman. Ze krijgen dan ook, naast de verschillende algemene cursussen (moedertaal, vreemde talen, wiskunde, enz.):
Enerzijds, intensieve lichamelijke opvoeding om zich voor te bereiden op de fysieke selectieproeven, die momenteel een niet te verwaarlozen aantal kandidaten uitschakelen.
Anderzijds, gespecialiseerde cursussen in de brandweerscholen. Deze komen overeen met de nieuwe opleiding tot het behalen van het brevet van brandweerman (130u), die dus volledig geïntegreerd is in hun cursus.
Om op het einde van het schooljaar te slagen, moeten de leerlingen die ingeschreven zijn voor de oriëntatie « brandweerman » absoluut slagen voor de 4 modules waaruit de opleiding voor het brevet van brandweerman bestaat.
De geslaagden krijgen een slaagattest dat 5 jaar geldig is. Wie beslist om bij een brandweerdienst aan de slag te gaan als brandweerman, krijgt zo, na het slagen voor de selectieproeven, meteen toegang tot de stage van brandweerman waarbij hij/zij vrijgesteld wordt van het behalen van het brevet van brandweerman.
Voor het schooljaar 2009-2010 schreven 450 Nederlandstalige leerlingen, verdeeld over veertien deelnemende middelbare scholen, zich in voor dit voorbereidende jaar op het beroep van
« brandweerman ».

De totale kost van de organisatie van dit voorbereidende jaar bedraagt voor de FOD Binnenlandse Zaken 1.250.000 €, de Vlaamse Gemeenschap neemt de lonen van de opleiders voor haar rekening.
Top
Evaluatie van de Seveso-veiligheidsrapporten
Eind 2009 heeft het personeel van de pool « Risico's » van de Faculté Polytechnique de Mons, een opleidingssessie van drie dagen gegeven aan het personeel van de Franstalige brandweerdiensten en aan de Franstalige gemeentelijke en provinciale ambtenaren die belast zijn met de noodplanning, om de evaluatie te begrijpen van de veiligheidsrapporten van de Seveso-hogedrempelinrichtingen . Concreet werd deze eerste sessie op 16 november, 7 en 15 december 2009 gegeven aan een twintigtal deelnemers.
Het doel van deze opleiding was om de competenties te ontwikkelen van de deelnemers inzake de gevaren en de risico's die verbonden zijn aan de inrichtingen die met gevaarlijke stoffen werken en in de categorie « hoge drempel » ondergebracht zijn in de Seveso-reglementering. De opleiders hebben punt voor punt en in detail de inhoud van een veiligheidsrapport uitgelegd en gewezen op de informatie die nuttig is bij de opstelling van een Bijzonder Nood- en Interventieplan.
Een ander doel was om een kritische geest te ontwikkelen bij de deelnemers, zowel inzake de correcte beschrijving van de gevaren en van de mogelijke gevolgen die verbonden zijn aan een inrichting waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, als inzake de analyse van het interne noodplan dat beschreven is in het veiligheidsrapport. De nadruk werd tevens gelegd op het praktische aspect met onder andere een bezoek aan een Seveso-hogedrempelinrichting en het bestuderen van een veiligheidsrapport.
Top
Actualisering van de opleiding
In navolging van de hervorming van de brandweer, dringt zich ook op het vlak van de opleidingen een hervorming op. Een aantal vernieuwingen die worden voorzien met betrekking tot de taakverdelingen, de functieprofielen, de loopbaan, enz., voor de brandweerlieden op alle niveaus, nopen tot een reflectie over de opleidingen die noodzakelijk moeten aansluiten bij de vereiste profielen en competenties.
Tegelijk is dit de gelegenheid om een harmonisering te bewerkstelligen tussen de verschillende provinciale opleidingscentra op het vlak van de organisatie van de opleidingen voor de brandweer, de stroomlijning van de pedagogische aanpak en de kwaliteitscontrole. Ook de structurele verhoudingen tussen de federale overheid en de opleidingscentra en de subsidieregeling worden onder de loep genomen.
Om deze actualisering van de opleidingen te begeleiden en uit te werken werd in juni 2009 een project opgestart met 5 werkgroepen die zich buigen over een cluster van elementen die een samenhangend geheel vormen.
Hoofdwerkgroep.
Er werd een hoofdwerkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale administratie (KCCE), brandweerfederaties, brandweerscholen en experts (via KCCE). De startvergadering vond plaats op 29 juni 2009.
De hoofdwerkgroep heeft als belangrijkste taak het project te sturen en de werkzaamheden van de subwerkgroepen te coördineren en te valideren.
Zij heeft de grote lijnen uitgestippeld en heeft 4 subwerkgroepen opgericht:
Subwerkgroep 1: Ontwikkeling van de opleiding voor het basiskader en het middenkader.
Subwerkgroep 2: Structuren en (financiële) omkadering met betrekking tot de verhoudingen tussen het federale niveau en de opleidingscentra.
Subwerkgroep 3: Pedagogie en kwaliteitsnormen
Subwerkgroep 4: Ontwikkeling van de opleiding voor het hoger kader (officieren)
U vindt de activiteitendomein van deze werkgroepen in bijlage.
Top
Opleiding van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming
Opleiding 'Rijbewijs CE'
In 2009 werd (net zoals het jaar voorheen) voor 178 personeelsleden van de operationele eenheden een opleiding voor het rijbewijs CE georganiseerd. Deze opleiding van 8 uur vond plaats in erkende rijscholen.
Opleiding 'Graafmachines'
De personeelsleden van de operationele eenheid van Liedekerke hebben in 2009 een opleiding graafmachines gevolgd die georganiseerd werd in samenwerking met VDAB Zottegem. 16 operationele personeelsleden kregen gedurende een volledige lesdag een vervolmakingsopleiding in het gebruik van de hydraulische graafkraan voor het ruimen en nivelleren van steenpuin.

Opleiding 'meetploegen'

In samenwerking met het Provinciaal Instituut voor Brandweer- en Ambulanciersopleiding – PIBA (A'pen) hebben in september 2009 24 officieren en onderofficieren van de Civiele Bescherming een opleiding 'meetploegen' gevolgd.
Deze meerdaagse opleiding had als doel het aanleren en verbeteren van technieken voor het uitvoeren van nucleaire en chemische metingen.
Top
Opleidingsprojecten voor het operationeel personeel van de openbare hulpdiensten
Opleiding duiker voor de openbare hulpdiensten – werkgroep

Binnen een federale werkgroep werd er een ministerieel besluit uitgewerkt aangaande het getuigschrift en de opleiding van duiker voor de leden van de openbare hulpdiensten. In dit besluit worden naast bepalingen rond het opleidingstraject ook enkele overgangsbepalingen vastgelegd.
In 2009 doorliep dit MB verschillende fasen ter goedkeuring:
Op 2 juni 2009 werd een akkoordbevinding ontvangen van de minister van Ambtenarenzaken.
Op 2 september 2009 werd een akkoordbevinding ontvangen van de Staatssecretaris voor Begroting;
Op 30 oktober 2009 werd een protocol gesloten (nr. 166/3) van het gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten.
De publicatie van dit ministerieel besluit wordt voorzien voor de eerste helft van 2010.
Top
Bijscholingsstages USAR
De USAR-interventies (Urban Search And Rescue) die bestaan in de opsporing, lokalisatie en redding van personen die ingevolge instortingen veroorzaakt door aardbevingen, ontploffingen of aardverschuivingen onder het puin bedolven liggen, maken deel uit van de opdrachten van het DICa-DIR .
Zoals in de voorgaande jaren, werden ook in 2009 twee USAR-bijscholingsstages georganiseerd. De eerste in de loop van de maand mei en de tweede eind september. Elk USAR-lid van het detachement moet om de twee jaar verplicht een bijscholingsstage volgen indien hij operationeel wenst te blijven.
De doelstelling van de stage van de maand september 2009 verschilde echter licht van de voorgaande jaren. Deze stage was immers eveneens de gelegenheid om de kennis en de procedures met betrekking tot de INSARAG-normen (« International Search and Rescue Advisory Group ») van de teamleden op peil te brengen, met het oog op de INSARAG External Classification (IEC) 2010.
http://ocha.unog.ch/virtualOSOCC/insarag/fr/549fr.htm : homepage van de « International Search and Rescue Advisory Group »
Top
Kynologenhulpverleningsteams
Opleiding tot instructeur
In 2009 hebben twee hulphondengeleiders van de Civiele Veiligheid (BW & CB) hun opleiding tot instructeur in de kynologenhulpverlening, begonnen in 2008, met succes beëindigd; zij hebben de pool van instructeurs die reeds in functie zijn, dus vervoegd en versterkt.
Test voor de accreditering van nieuwe teams of de verlenging van de accreditering van oude teams
In de loop van het jaar 2009, teneinde het hoofd te bieden aan de uitrukken van bepaalde kynologenhulpverleningsteams (het vaakst omwille van de vergevorderde leeftijd van de hond of de vermoeidheid van de hulphondengeleider ; de eerste accrediteringskaarten werd begin 2003 afgeleverd) en teneinde te antwoorden op de talrijke aanvragen van kandidaten, heeft de Civiele Veiligheid een federale test georganiseerd om de operationele capaciteiten van nieuwe kynologenhulpverleningsteams te evalueren en om een accrediteringskaart af te leveren aan de laureaten van deze test.
Bij diezelfde gelegenheid hebben de reeds geaccrediteerde teams, van wie de kaart ten einde liep, de gelegenheid gehad om de federale test af te leggen om verder deel uit te kunnen maken van de officiële kynologenhulpverleningsteams van de FOD Binnenlandse Zaken.
Een twintigtal teams heeft de test afgelegd in elk van de volgende twee specialiteiten: « reddingshond » en « vlakterevierenhond ». 15 teams in « reddingshond » en 20 in « vlakterevierenhond » werden na afloop van de test geaccrediteerd of kregen een verlenging van hun accreditering.

Ministerieel besluit van 2 oktober 2009 betreffende de opleidingen van hulphondengeleider en van instructeur in de kynologenhulpverlening, de accreditering van de kynologenhulpverleningsteams en de functie van coördinator van de kynologenhulpverleningsoperaties. (B. S. || 23.10.2009)
De inwerkingtreding van de bepalingen van dit ministerieel besluit , of eerder het in de praktijk brengen van deze bepalingen in de loop van 2010, zal de toepassing vervolledigen of mogelijk maken van talrijke maatregelen van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 tot organisatie van kynologenhulpverleningsteams (B.S. || 18.10.2002).
Zij zal op die manier het einde inluiden van de overgangsperiode die van kracht was inzake kynologenhulpverlening sinds het bestaan van het voormelde koninklijk besluit ; de organisatie van de kynologenhulpverlening van de openbare hulpdiensten zal zich dus volledig kunnen baseren op een toereikend geworden reglementering.
Voor wat de verschillende aspecten van de opleiding bijvoorbeeld betreft, kan men zeggen dat de aanwending van het M.B. het mogelijk zal maken om uit de prehistorie te ontsnappen.
Brandweerscholen
Betaling van subsidies aan de provinciale opleidingscentra
Eind 2009 werden door de Algemene Directie subsidies uitgekeerd aan de provinciale opleidingscentra voor een totaal bedrag van 1.051.923,34 €, verdeeld als volgt:
Brevetten | Subsidies 2008 | Subsidies 2009 |
Brandweerman | | 451.147,73€ |
Korporaal | | 166.303,22€ |
Sergeant | | 186.023,76€ |
Adjudant | | 105.972,60€ |
Officier | | 41.535,59€ |
Technicus | | 52.378,28€ |
Crisissituatiebeheer | | 14.299,89€ |
Dienstchef | | 34.262,17€ |
Totaal | 1.148.950,88 € | 1.051.923,34€ |
Er werd ook een subsidie van 19 971,19 € toegekend voor de organisatie van de opleiding tot het behalen van het certificaat van gaspakdrager en ondergrondse pijpleidingen. (2009)
Top
Opleidingsprogramma van de provinciale opleidingscentra voor de openbare hulpdiensten
De Minister van Binnenlandse Zaken bepaalt jaarlijks het brevettenprogramma van de provinciale opleidingscentra voor het volgende kalenderjaar.
Onderstaande tabel geeft de opleidingen weer die in 2010 georganiseerd worden door de provinciale opleidingscentra:

In 2009 werd het programma voor het jaar 2010 vastgelegd.
